free counter

Het optimaal oogsttijdstip van maļs voor biogasproductie

Voor de productie van biogas uit maļs moet worden gestreefd naar een oogst bij deegrijpheid. Een vroegere oogst is niet alleen nadelig vanwege ongewenste perssappen, maar levert bovendien een aanzienlijk geringere hoeveelheid methaangas op. Gelijktijdig dient de plant bij de oogst echter een groene, fysiologisch actieve restplant te hebben met een hoog suikergehalte. In de praktijk betekent dit dat men voor de teelt van biogasmaļs maximaal 20 tot 40 punten in FAO (vroegheidsgetal) hoger kan zitten dan voor te teelt van gangbare snijmaļs.  

Afwijkingen van het optimale oogsttijdstip, doordat men kiest voor te late rassen, kunnen per soort en per regio leiden tot aanzienlijke opbrengstdervingen in de methaanproductie. 

De onderstaande staafdiagram toont de methaanopbrengst van de verschillende plantdelen bij verschillende rijpheidstadia. Duidelijk komt uit deze grafiek naar voren dat bij deegrijpheid de totale methaanproductie per hectare het hoogst is.

 

Methaanproductie per hectare middenvroege biogasmaļs

Afb. 1  Methaanopbrengst per hectare van silage van de totale plant, de  
            restplant (zonder kolf), de kolf en CCM, geoogst   
            op verschillende tijdstippen (naar AMID 2003 / 2004).

  
Het bovenstaande geeft aan dat bij de teelt van biogasmaļs ter degen naar de inhoud van het gewas moet worden gekeken. In de onderstaande tabel geven wij een overzicht van de goed- en minder goed vergistbare plantdelen voor de biogas productie. 

Vergistbaarheid plantdelen 

ZEER GEOD

Eenvoudige koolhydraten (suikers / zetmeel)

GOED

Vetten, Eiwitten

MOEILIJK

Complexe koolhydraten (vezelrijke gewassen)

NIET

Complexe polymeren (Houtachtig / lignine)

 

 

 

 

 

Samenvattend: 

· Het optimale oogststadium voor biogasmaļs is bij een deegrijpheid van de      korrel, waarbij de restplant nog groen is; gemiddeld is dit bij 28 tot 32 % DS.  

 

· Het oogsttijdstip kan voor een variatie tot 40 % in methaanopbrengst zorgen.  

 

· De methaanproductie is sterk afhankelijk van de locatie en het ras.  

 

· Te late maļsrassen leveren welliswaar meer tonnen, maar produceren bij de vergisting minder methaan. Bovendien zijn de transportkosten hoger door het groter aandeel water.  

 

· Ruwe celstof is voor de methaanopbouw van geringe waarde. N-vrije extracten verminderen in geringe mate de methaanopbouw.